Doctrine van het notariaat in de vuilnisbak

Het artikel 4:82 BW heeft geen rechtsgevolgen voor een legaat. Perrick heeft dat in nr 444, 2005 (jpg)wel beweerd en kennelijk is het gros van het notariaat niet in de gelegenheid geweest (economische crisis?) om editie 2009 (jpg)aan te schaffen. Maar de echte professionals hadden in ieder geval de boekbespreking van  Van de Kraan in WPNR 6646,pag 3/4 (pdf)van 12 december 2005 gelezen:

Op p. 18 meent Perrick dat bij een legaat dat verminderd moet worden geen rekening dient te worden gehouden met de niet-opeisbaarheid van de vordering van de legataris o.a. ingevolge art. 4:82, want, zo vervolgt Perrick, de niet-opeisbaarheid strekt ten behoeve van de langstlevende en niet ten voordele van de legataris. Wanneer is een legaat als gevolg van art. 4:82 niet opeisbaar? Art. 4:82 geeft de erflater de mogelijkheid te bepalen dat de vordering van een legitimaris voor zover deze ten laste zou komen van de langstlevende echtgenoot niet opeisbaar is. Ik kan mij nog voorstellen dat aan de echtgenoot een legaat isgemaakt, ik kan mij ook voorstellen dat dit legaat moet worden verminderd en ook nog dat de vordering van een legitimaris betrekking heeft op het legaat en niet opeisbaar is, maar ik begrijp niet hoe de vordering vande legataris zelf niet opeisbaar kan zijn ingevolge art. 4:82.

Desondanks werden er na 12 december 2005 nog steeds testamenten opgemaakt waarin een zinsnede als onderstaande werd opgenomen :

In overeenstemming met artikel 4:82 Burgerlijk Wetboek bepaal ik dat de legaten aan ..

En tot op de dag van vandaag stelt vrijwel iedere notaris dat de rechtswerking van 4:82BW  op een legaat van toepassing kan zijn en de erfgenaam belast met het legaat aldus ook een vervreemdings- en verteringsbevoegdheid zou hebben….

Asser/Perrick 2005,nr. 444, pag.18

Asser/Perrick 2009, nr.444 pag. 531

Geplaatst in Opinie | Een reactie plaatsen

De mythe van een niet opeisbare vordering

Deze bijdrage is vroegtijdig gepubliceerd en nog “onder constructie”!

Anders dan dat het notariaat doet voorkomen, maakt een niet-opeisbare (geld)vordering een kind (schuldeiser) niet rechteloos ten opzichte van de langstlevende partner (schuldenaar). Tenzij door de erflater in zijn laatste wil (testament) anders is bepaald, is het doel van de niet-opeisbaarheid te voorkomen, dat de partner van de erflater in acute liquiditeits(geld)problemen zou komen, doordat kinderen hun erfdeel opeisen en de middelen hiervoor niet op korte termijn zijn vrij te maken. Iedere andere uitleg gaat mank op het feit dat een niet-opeisbare geldvordering een verbintenis betreft tussen een schuldenaar en schuldeiser tot het voldoen van een onvoorwaardelijke, bestaande, vordering. Slechts het moment van betaling is uitgesteld maar de verplichting tot nakoming door schuldenaar wordt door de niet-opeisbaarheid van de vordering niet aangetast.

Wie de parlementaire geschiedenis van het ontstaan van het nieuwe erfrecht er op na slaat, zal ontdekken dat er geen enkele wettelijk grondslag bestaat voor de door het notariaat vaak gebezigde woorden dat de erfgenaam “alles op mag maken” en de kinderen hier niets aan zouden kunnen doen. Met de niet-opeisbaarheid heeft de wetgever niet de (onuitgesproken) bedoeling gehad dat de langstlevende partner/schuldenaar onder alle omstandigheden insolvabel mag worden waardoor de schulden aan de kinderen niet (meer) volledig uit zijn of haar nalatenschap kunnen worden voldaan.

Vooropgesteld dient te worden dat, als er geen testament is en/of in het testament geen verteringsbevoegdheid is toegekend, de verzorgingsbehoefte van de langstlevende echtgenoot deze een wettelijke aanspraak geeft op een passende voorziening . De niet-opeisbaarheid is echter geen vrijbrief voor de langstlevende om zich als een Zonnekoning te gedragen en ongebreideld de pot te verteren. Dit komt immers niet overeen met de vaak aangehaalde uitlatingen van de ministers, betrokken bij de invoering van he nieuwe erfrecht,  dat de langstlevende dezelfde levenswijze dient te kunnen voortzetten.

In het verbintenissenrecht staat in artikel 6:39BW lid 1:
Is wel een tijd voor de nakoming bepaald, dan wordt vermoed dat dit slechts belet dat eerdere nakoming wordt gevorderd.

De toelichting van de minister op dit artikel luidt:
“De bepaling van het eerste lid sluit niet uit dat de schuldeiser reeds vóór de overeengekomen vervaldag een vordering instelt, ertoe strekkende om de schuldenaar te doen veroordelen om prompt op dat tijdstip na te komen”.

De verplichting tot nakoming door een schuldenaar komt door niet-opeisbaarheid van een vordering dus niet te vervallen en kan zelfs via de rechter worden afgedwongen, bijvoorbeeld via conservatoir beslag ter verzekering van nakoming!

Grondslagen voor verkrijging van een niet-opeisbare vordering uit een nalatenschap

  • via wettelijke verdeling zonder testament
  • via wettelijke verdeling met testament
  • via legitieme portie
  • via legaat

3:80BW lid 2 (erfrecht bij versterf via de wettelijke verdeling van art. 3:13BW lid 3 )
Men verkrijgt goederen onder algemene titel door erfopvolging, door boedelmenging, door fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 en door splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 .

(legitimaris)

4:117BW lid 1 (legataris)
Een legaat is een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan een of meer personen een vorderingsrecht toekent

Aansprakelijkheid van erfgenaam als schuldenaar

3;45BW lid 1
Indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, is de rechtshandeling vernietigbaar en kan de vernietigingsgrond worden ingeroepen door iedere door rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan.

4:50BW lid 1

Tenzij de erflater anders heeft beschikt, wordt een gelegateerd goed geleverd in de staat waarin het zich op het ogenblik van overlijden van de erflater bevindt.

4:87BW lid 5
Voor zover de schuld aan een legitimaris ten laste komt van het erfdeel van de echtgenoot of andere levensgezel van de erflater en haar voldoening eerst kan worden verlangd op een met toepassing van art. 81 lid 2, 82 of 83 vast te stellen tijdstip, is de echtgenoot of andere levensgezel daarvoor met zijn gehele vermogen aansprakelijk, ook als hij de nalatenschap beneficiair had aanvaard.

4:184BW lid 2
Een erfgenaam is niet verplicht een schuld van de nalatenschap ten laste van zijn overig vermogen te voldoen, tenzij hij:

a.zuiver aanvaardt, behalve voor zover de schuld niet op hem rust en onverminderd de artt. 14 lid 3 en 87 lid 5;;
b.de voldoening van de schuld verhindert en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt;
c.opzettelijk goederen van de nalatenschap zoek maakt, verbergt of op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers van de nalatenschap onttrekt; of
d.vereffenaar is, in de vervulling van zijn verplichtingen als zodanig in ernstige mate tekortschiet, en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

Wettelijke onderbouwing conservatoir beslag
3:296BW

Hij die onder een voorwaarde of een tijdsbepaling tot iets is gehouden, kan onder die voorwaarde of tijdsbepaling worden veroordeeld.

6:2BW
Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.

6:80 BW lid 1
De gevolgen van niet-nakoming treden reeds in voordat de vordering opeisbaar is.

a.indien vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn;
b.indien de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming zal tekortschieten; of
c.indien de schuldeiser goede gronden heeft te vrezen dat de schuldenaar in de nakoming zal tekortschieten en deze niet voldoet aan een schriftelijke aanmaning met opgave van die gronden om zich binnen een bij die aanmaning gestelde redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen.

Niet-opeisbare vordering als schuld van de nalatenschap
4:7BW lid 1 sub g (legitimaris)
de schulden ter zake van legitieme porties waarop krachtens art. 80 aanspraak wordt gemaakt;

4:7BW lid sub h (legataris)
de schulden uit legaten welke op een of meer erfgenamen rusten;

Parlementaire geschiedenis
Tip:Gebruik een transponeringstabel voor het verband tussen de artikelnummering van  invoeringswet en Boek 4 van het Burgelijk Wetboek

Memorie van antwoord MvJ Korthals:
17141 nr.120a p.8 onder 5
Bij versterf verkrijgt de echtgenoot immers reeds de gehele nalatenschap, in geval van toepasselijkheid van afdeling 4.2A.1 onder gehoudenheid om aan de kinderen hun vorderingen ingevolge artikel 4.2A.1.1 lid 3 te voldoen.

Geplaatst in Erfgenaam, Legataris, Legitimaris, Nabestaanden, Testament | 2 reacties

De prijs is het bewijs!

Volgens het notariaat ligt er een direct verband tussen prijs en kwaliteit zonder dat men overigens in staat is om die kwaliteit goed te definiëren. Meestal komt men niet verder dan dat bij goedkope kantoren sprake is van een onvolledige prijsopgave met verborgen kosten. Ook wordt het argument van een betere service gebruikt als reden voor de prijsverschillen.

Uiteraard liggen de bedrijfskosten van een notaris, die vanuit een deftig pand in de binnenstad werkt en de koffie in Wedgewood porselein schenkt, een stuk hoger dan bij een notaris die kantoor houdt op een industrieterrein waar de koffie geschonken wordt in een plastic beker. Navenant zullen er meer kosten aan de cliënt worden doorberekend maar als die op deze extra service prijs stelt, is daar op zichzelf niets op tegen. Maar de prijs zegt niets over de kwaliteit van het product!

Soms wordt het argument gebruikt dat iedere cliënt uniek is en om een specifieke oplossing vraagt. De notaris hanteert echter zoveel mogelijk de bestaande modellen en clausules. De uniekheid van de cliënt vertaalt zich aldus niet in een uniek product. Sterker, er kan zelfs betwijfeld worden of deze aanpak de kwaliteit van het product niet aantast omdat onder begeleiding van de notaris de unieke situatie van de cliënt wordt geperst in een standaard model.

Nu moet het notariaat worden nagegeven dat waarschijnlijk voor 80% van de cliënten de situatie eigenlijk helemaal niet zo uniek is en prima past in een standaard model. Maar wat rechtvaardigt dan het enorme prijsverschil bij deze standaard producten?

Uit een vandaag genomen steekproef dat de prijzen voor 2 gelijkluidende testamenten variëren tussen €275,29 en €971,44(!) inclusief btw. Bijna 700 euro verschil voor het zelfde product en geen notaris die kan uitleggen of en zo ja waar het verschil in kwaliteit in zit.

Het wordt daarom tijd dat er een onafhankelijk keurmerk voor het notariaat komt zodat de cliënt niet meer op de gok zijn keuze voor een notaris hoeft te maken. Er zijn weliswaar onafhankelijke prijsvergelijking- en reviewsites, maar die geven alleen het “gevoel” weer dat een cliënt over houdt aan zijn bezoek aan de notaris. Maar dit zegt niets over de kwaliteit van het geleverde product!

De echte kwaliteit van de notaris en het door deze geleverde product blijkt, bijvoorbeeld bij een testament, pas op het moment dat de cliënt/testateur de ogen reeds gesloten heeft. Klachten vanuit het hiernamaals kunnen tot op heden echter nog niet worden verwerkt. Daarom heeft het notariaat vrij spel door de verantwoordelijkheid voor vele familieruzies bij de afhandeling van een nalatenschap, volledig bij de nabestaanden neer te leggen.

De notaris is echter de ervaringsdeskundige bij uitstek, die met zijn kennis de cliënt kan behoeden voor het (ongewild) veroorzaken van verstoorde verhoudingen binnen de familie. Een notaris die deze kwaliteit kan leveren, is zijn prijs dubbel en dwars waard!

Geplaatst in Opinie, Testament | Een reactie plaatsen

Boedelbeschrijving juist en volledig?

Een boedelbeschrijving is vaak een bron van ruzie voor de nabestaanden, die delen in de nalatenschap. De notaris is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de boedelbeschrijving maar schrijft slechts datgene op, dat door de beheerder van de nalatenschap wordt aangedragen. Doorgaans zal de notaris u ook niet informeren over uw rechten als deelgenoot in de nalatenschap maar vissen naar een opdracht tot onderzoek, uiteraard tegen betaling. Kortom bij twijfels over de juistheid en volledigheid van de boedelbeschrijving, hoeft u niet op de notaris te rekenen!

Maar als belanghebbende bent u niet rechteloos! U hebt namelijk inzagerecht in de administratie van de erflater. Er bestaat een mogelijkheid dat deze administratie voor een groot deel is “verdwenen”, maar daar zijn oplossingen voor:

  • Bij de belastingdienst zijn aangiften en aanslagen over de laatste 5 jaar op te vragen.
  • Bij de banken zijn dagafschriften over minimaal de laatste 12 maanden voor overlijden van de erflater opvraagbaar.
  • Het Kadaster kan alle informatie aanleveren betreffende overdracht van onroerende goederen en hypotheekinschrijvingen.
  • Bij de RijksDienst voor het Wegverkeer (RDW) zijn gegevens opvraagbaar over de datum van tenaamstelling van een auto.
  • Via de Kamer van Koophandel kunnen alle bedrijfsgegevens inclusief de laatste jaarrekeningen met o.a. de balans worden opgevraagd.
  • Hebt u nog aanvullingen?

Alleen als u de status van erfgenaam bezit, kunt u zelf de belasting- en bankgegevens opvragen. In alle andere gevallen bent u afhankelijk van de beheerder of executeur van de nalatenschap. Het inschakelen van een notaris is hierbij niet verplicht, noch noodzakelijk. Wilt u dit onderzoek toch uitbesteden, dan bent u beter (en goedkoper!) af door het inschakelen van een forensisch onderzoek bureau.

Voordat u besluit tot onderzoek heeft u nog een aantal wettelijke mogelijkheden om de beheerder/executeur tot volledige openheid aan te sporen

Juridische onderbouwing

  • 194:3 BW lid 1: Boedelbeschrijving vorderen
    Ieder der deelgenoten kan vorderen dat een verdeling aanvangt met een boedelbeschrijving.
  • 194:3 BW lid 2:Verbeurdverklaring vorderen
    Een deelgenoot die opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, verbeurt zijn aandeel in die goederen aan de andere deelgenoten.
  • 78:4 BW lid 2 -Boedelbeschrijving ondere ede bevestigen
    Op zijn verzoek kan de kantonrechter een of meer der erfgenamen en met het beheer der nalatenschap belaste executeurs doen oproepen ten einde de deugdelijkheid van de boedelbeschrijving in tegenwoordigheid van de verzoeker onder ede te bevestigen.
Geplaatst in Erfgenaam, Legataris, Legitimaris, Nabestaanden | Tags: | 1 reactie

Niet-opeisbare vordering en vermogensbelasting

Wat in de volksmond vermogensbelasting wordt genoemd, wordt door de belastingdienst betiteld als vermogensrendementheffing.

De vraag wie de vermogensrendementheffing moet betalen na overlijden van één der ouders, dient in de testamentbesprekingen met de notaris aan de orde te komen.

Indien de kinderen een nog niet opeisbare vordering ter hoogte van hun kindsdeel ontvangen conform het “erfrecht bij versterf” (ook wel wettelijke verdeling genoemd), kan gebruik worden gemaakt van de defiscaliseringsregeling*. Door een beroep op deze regeling te doen, dient door de langstlevende ouder de vermogensrendementheffing aan de belastingdienst te worden voldaan.

Maar vaak weet de notaris nog wel een paar “handigheidjes” om de door de langstlevende ouder te betalen successiebelasting te verlagen. Meestal wordt dan in het testament een vorm van vruchtgebruik opgenomen, waardoor de kinderen bij overlijden het bloot-eigendom van hun kindsdeel krijgen. Nog steeds niet opeisbaar, maar fiscaal gezien valt het erfdeel dan onder het vermogen van het kind.

Om te voorkomen dat uw kind deze belasting moet betalen, dient er in het testament een belastingclausule te worden opgenomen waarin wordt bepaald dat de langstlevende ouder alle belastingen, waaronder successiebelasting en vermogensrendementheffing, voor zijn of haar rekening neemt. Een omweg via schenken is af te raden omdat dan als snel schenkbelasting betaald dient te worden.

Zie ook nb.nl

*Bron: Ouders Online

Geplaatst in Erfgenaam, Legataris, Testament | Een reactie plaatsen

Inzagerecht in administratie van de erflater

Het is een wijdverbreid misverstand dat na het overlijden van een partner, de kinderen van de erflater geen inzagerecht zouden hebben in de administratie van hun overleden ouder. Helaas voelt de gemiddelde notaris zich niet verplicht om dit aan de nabestaanden te melden terwijl in het kader van zijn onpartijdigheid, informatieplicht en zorgplicht, dit wel van een notaris verwacht mag worden.

Niet alleen erfgenamen maar ook een onterfde legitimaris, met alleen een niet-opeisbare legitieme vordering, heeft dit inzagerecht.

Het inzagerecht is op onderstaande wetsartikelen gebaseerd:

  • Kinderen van de erflater als de wettelijke verdeling van kracht is4:16 BW lid 4
  • Belanghebbenden waaronder erfgenaam en legataris - 3:15j BW
  • Legitimaris4:78 BW lid 1

Als de met beheer belaste persoon op uw verzoek geen inzage in de administratie verleent, dan kan deze via een verzoek bij de kantonrechter daartoe worden gedwongen. Een advocaat is hierbij niet verplicht, maar het is aan te raden om het verzoekschrift door een jurist te laten opstellen.

Is per testament  een executeur benoemd dan kan deze worden verplicht om op basis van art. 4:148BW alle gewenste inlichtingen te verstrekken.

Jurisprudentie
LJN:BM6006
LJN:BC0629

Geplaatst in Erfgenaam, Legataris, Legitimaris, Nabestaanden | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Tips pagina

Om goed beslagen ten ijs te komen is er op Notarisleed een pagina aangemaakt waarop tips worden verzameld, die van pas kunnen komen bij de communicatie met de notaris. Hebt u zelf een tip die u met anderen wilt delen, dan kunt u op deze pagina een reactie achterlaten.

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen